Zithouding:

Bij een automaat zet je de linkervoet naast het rempedaal.

Starten:

Bij een automaat trap je de rem in met je rechtervoet.

 

Schakelen:

Bij een automaat zet je de bedieningshendel in de “D” of “R” stand. 

Bij een automaat wordt schakelen tijdens het rijden door de auto zelf gedaan.

Parkeerrem en/of afzetten:

Bij een automaat trap je de rem met je rechter voet in en zet je de bedieningshendel in de “p” stand.

Weg rijden uit parkeerstand.

Bij een automaat geldt: zolang je de rem ingetrapt houd, blijft de auto stilstaan. Zodra je de rem loslaat in een automaat, begint op de auto al te rijden. Met het gaspedaal kun je de snelheid verder verhogen.

   

Gas geven:

Zolang de automaat in de “D” stand staat blijft de auto rijden. Gebruik je rechtervoet op de remmen of gas te geven.

 Gas los:

Als je in een automaat het gas loslaat, vertraagd de auto nauwelijks. Vertragen bereik je door het rempedaal te gebruiken. Gebruik altijd je rechtervoet.

 Snelheid maken en inhalen:

Als je aan het verkeer deelneemt, moet je soms vlot op snelheid komen. Denk daarbij aan het wegrijden bij een verkeerslicht of met inhalen. Bij een automaat druk je het gaspedaal volledig in.

Dan schakelt de kick-down functie in. De auto versneld dan extra snel.

Is de (inhaal-) snelheid bereikt dan laat je het gas iets los,en schakelt de kick-down uit.

Rem gedoseerd:

Bij een automaat blijf je gedoseerd remmen tot vlak voor stilstand. Laat vlak vóór het tot stilstand komen het rempedaal iets opkomen (vermindering van de rem druk). Dit vereiste veel oefening.

Ontkoppelen: 

Bij een automaat wordt koppelen en ontkoppelen door de auto zelf geregeld.

 Stoppen in het verkeer:

Een automaat remt minder af op de Motor. Laat eerder gas los om rollend vermogen te gebruiken.  Zodra het nodig is ga je remmen, waardoor de snelheid sneller afneemt tot dat je uiteindelijk stil staat 

 De praktijk:

Als je in een automaat rijdt, hoef je niet hand matig te schakelen en te koppelen..

Dat regelt de automaat voor je

Je hebt alleen een rempedaal (linker pedaal) en een gaspedaal (recht gedaan). 

De bedieningshendel (volautomatisch) kent minstens de volgende standen.

  • P - parkeerstand (P = park)
  • R - achteruit (R = reverse)
  • N - in zijn vrij (N = neutral)
  • D - rijden onder normale omstandigheden (D = drive)
 De bedieningshendel (halfautomatisch) kent minstens de volgende standen.

  • P - parkeerstand (P = park)
  • R - achteruit (R = reverse)
  • A - automatisch (halfautomaat) (A = autimatic)
  • + - handmatig omhoog schakelen
  • -  - handmatig omlaag schakelen 

 


BRON:   www.verjo.nl , Chris Verstappen - Verjo - R.I.S.opleiding